Ga naar de inhoud

 

Als kind hielp ik vaak mee in het bedrijf van m’n ouders, zoals je in deze  getuigenis kan lezen. Het toonde aan hoeveel gratis werk er geleverd moest worden om stand te kunnen houden in de rush, de overlevingswedren tussen kleine gezinslandbouwbedrijven. Een wedren met alleen maar verliezers, vroeg of laat. Lees hier m’n getuigenis van uit m’n jeugd.

 Neen, ik had nooit een slavenleven, verre van. Maar ik ben er wel van overtuigd dat de eigenlijke slavernij veel ruimer is dan de formele definitie van een tot-slaaf-gemaakte: een persoon die eigendom is van iemand anders en als zodanig ook gebruikt en verhandeld wordt, zonder rechten, zonder bescherming. Dat is wreed, onmenselijk, onrechtvaardig en in strijd met alle menselijke waarden.

Je zou kunnen stellen dat elke vorm van arbeid waarbij er geen volledig vrije keuze van de betrokkene is en er systematisch gratis arbeid verricht wordt, – om niet te spreken van alle andere arbeidsvoorwaarden- een zekere mate van slavernij in zich heeft.

 Gezinslandbouwbedrijven zijn de eerste schakel van de voedselketting en danken hun overleving, anno 2020, aan hun flexibiliteit. Dag en nacht in de weer voor de verzorging van het vee. Weer of geen weer, altijd in de weer en klaar voor het bewerken van het veld en het binnenhalen van de oogst. Intussen bezig met uitbreiden en moderniseren. Goedkope en onbeperkte inzet is nog steeds de sleutel van hun geheim, ook al kan dit voor individuele bedrijven vroeg of laat hun ondergang betekenen.

specialisatie

 De druk van de economische context, met als oorzaak de te lage landbouwprijzen, leidde ertoe dat meer en meer technologie werd ingezet voor de landbouwproductie. Die technologie, aangedreven door fossiele brandstoffen, zou ook leiden tot schaalvergroting, specialisatie en verdere uitdunning van de boerenstand. Daarnaast waren er ook de toepassing van chemie (pesticiden en kunstmest) en het gebruik van op soja gebaseerd krachtvoeder in de veehouderij. 

 Dit alles in de context van een boerenstand die gedomineerd was door eeuwenlang georganiseerde klassensamenwerking (corporatisme), met organisaties als de Boerenbond en bedrijven als Arvesta (Aveve), KBC en Acerta als hedendaagse uithangborden.

 Die schitterende uithangborden maken uiteraard geen einde aan de uitbuiting, integendeel.

Waar voorheen tienduizenden relatief kleine gezinsbedrijven, gespreid over alle regio’s in België, weliswaar veelal onderbetaalde tot gratis arbeid leverden, zijn deze vandaag in grote mate uitgedund tot regionaal geconcentreerde, grootschalige en gespecialiseerde bedrijven: fruit, groenten, veeteelt, akkerbouw.

 Op die bedrijven wordt het werk nu zoveel mogelijk uitgevoerd door machines en computers,”hightech” gestuurd uiteraard, en wordt het werk dat (nog) niet efficiënt genoeg door machines vervangen kan worden, geleverd door seizoenarbeiders of vast meewerkende arbeiders, veelal van “vreemde” origine.

victimblaming

 Dit op basis van flexibele dagcontracten, een beperkt aantal uren per jaar, en vooral met een beperkt uurloon en navenante arbeidsvoorwaarden. Ook verderop in de voedselketen zijn flexibiliteit en lage kosten-arbeid troef, zoals in de vleesindustrie. Dit kwam recent nog aan de oppervlakte met de coronahaarden bij arbeiders in de Duitse en ook in de Belgische vleesindustrie. Steevast gaan dergelijke situaties gepaard met “victim-blaming” vanwege de top van de hiërarchie of de politiek. “Het virus is Bulgaars” is een uitspraak van de minister-president van Noordrijn-Westfalen, waar het vleesbedrijf Tönnies gevestigd is.

 Goedkope voedselgrondstoffen laten toe dat de eindschakels in de distributie, met name de supermarkten maar ook de superbazen van de voedingsindustrie, ruime winsten maken. Goedkoop voedsel laat goedkope arbeid toe. Goedkope voedselgrondstoffen zijn ook het product van onophoudende concurrentie tussen nationale en multinationale bedrijven.  

 De (economische) realiteit houdt zich niet aan uitgevaardigde wetten

 Ik ben geen historicus en maar ik lees dat de menselijke geschiedenis terug gaat naar een egalitaire maatschappij. 

 De slavernij kwam er door de evolutie naar sociaaleconomische ongelijkheid en het privébezit van de productiemiddelen, door de concurrentie, door het voeren van oorlogen en door de arbeidsverdeling. Die arbeidsverdeling was dus niet neutraal. De feodaliteit is gekenmerkt door grondeigendom en het door grondbezitters in eigendom hebben van de zogenaamde lijfeigenen. 

handelskapitalisme

 Met de opkomst van het handelskapitalisme vanaf de 16de eeuw en daarna het industrieel kapitalisme, kwam ook de koloniale slavernij op de proppen. De slavenhouderij en internationale slavenhandel in de 18de en 19de eeuw liet een enorme expansie toe van het kapitalisme, niet enkel in het westen, maar ook in de kolonies. Door de Franse Revolutie van 1789 werd de weg geëffend voor de waarden van de Verlichting: vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid. De Franse Conventie van begin 1794 schafte ook de slavernij officieel af. Die formele vastlegging werd op nog grotere schaal bekrachtigd door de Volkenbond in 1926 en door de Verenigde Naties in 1948. 

 Maar dat betekent niet dat de werkende klasse ook effectief gebruik zou kunnen maken van die “verlichte” waarden. In feite was er dus een nieuwe bezittende klasse aan de macht gekomen maar bleef de werkende klasse onderdrukt door adel en kerk, samen met de nieuwe burgerij, en dit zowel in het westen als vanaf de 19de eeuw ook in de kolonies in Afrika, Azië en Amerika.

formele afschaffing

 Je zou kunnen stellen dat de formele afschaffing van de slavernij een morele dekmantel was voor een evolutie die het grootkapitaal nog meer voordeel opleverde en economisch en die technisch mogelijk gemaakt werd door het vervangen van menselijke arbeid (slaven) door machines, waarvan de arbeid geleverd kon worden door fossiele brandstoffen. Dat was echter, vooral vanaf de industriële revolutie in de 19de eeuw, ook het begin ook van het klimaatprobleem en van de wereldwijde en snelle ontbossing en de daarmee samenhangende achteruitgang van biodiversiteit. Ook de aarde en de natuur werden aldus tot slaaf gemaakt. Het vandaag voorgestelde boek van Luc zegt hier alles over. 

 Dit systeem van toenemende wereldwijde uitbuiting en onderdrukking bracht in de loop van de 19de en 20ste eeuw oorlogen en revoluties mee, waarbij oorlogen gevoerd werden vanuit de belangen van de bezittende klasse en revoluties een stap vooruit waren voor de democratie en de sociale vooruitgang van de onderste klassen. 

  Zolang echter het kapitalisme het dominerend economisch systeem is, blijft de slavernij in de wereld woekeren, alsook uitbuiting, racisme en imperialisme, in alle vormen en gradaties.

 Een kleine 100 jaar nadat de toenmalige Volkenbond op 25 september 1926 de Internationale Slavernijconventie ter bestrijding van de slavernij afsloot -België ondertekende de Conventie in 1962- moeten we vaststellen dat vandaag het aantal “formele” slaven wereldwijd nog altijd geschat wordt op 47 miljoen. 

Ommekeer noodzakelijk

Tegenover uitbuiting, onderdrukking en slavernij staan de waarden die Wervel vanuit zijn bestaan verdedigt: rechtvaardigheid, gezonde en duurzaam geproduceerde voeding.

Het op brede schaal realiseren van die waarden kan enkel in een andere, rechtvaardige en echte economie wereldwijd. Die is er vandaag uiteraard niet, maar mits strijd, volharding, het opbouwen van netwerken en creativiteit, is er al heel veel mogelijk geweest.

 Wervel heeft uiteraard niet stilgezeten, en één van haar acties is “de boer op gaan”. Een reeks interviews met boeren, waarin zowel de problematiek als gerealiseerde alternatieven in de praktijk aan bod komen, is weergegeven in de gelijknamige brochure “boeren aan het woord”.

 Die brochure was ook de basis voor regionale debatavonden en voor andere boerderijbezoeken. 

 In 2019 was ze de grondslag voor een memorandum aan de Vlaamse regering en aan de politieke partijen naar aanleiding van de verkiezingen.

 Lees hier het memorandum .

 Deze tekst is gebaseerd op de lezing die Wies de Troch gaf naar aanleiding van de boekvoorstelling van “Een wereld van verdoken slavernij“. Wies de Troch ijvert met Wervel mee voor een rechtvaardige en verantwoorde landbouw en een duurzame voeding. Hij spreekt in eigen naam.